ECLI:NL:CRVB:2014:2686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AOW-pensioen wegens voorlopige hechtenis
Appellant, geboren in 1937, ontving een AOW-pensioen dat door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd ingetrokken per 1 november 2009 vanwege zijn detentie sinds 19 november 2008, met uitzondering van een korte periode. De Svb vorderde het onverschuldigd betaalde pensioen terug. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat voorlopige hechtenis in afwachting van een strafrechtelijke procedure wordt beschouwd als rechtens ontnemen van vrijheid, zoals bedoeld in artikel 8b AOW. Hoewel appellant later werd ontslagen van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en een maatregel in een psychiatrisch ziekenhuis werd opgelegd, was dit vonnis tijdens de periode in geschil nog niet onherroepelijk.
Daarom was de intrekking van het pensioen en de terugvordering terecht. De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van het AOW-pensioen en de terugvordering over de periode van voorlopige hechtenis worden bevestigd.