ECLI:NL:CRVB:2014:2679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag bijstand zonder nieuwe feiten
Appellant diende een aanvraag bijstand in op 26 januari 2011, welke door het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein op 28 november 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de aanvraag een herhaalde aanvraag betrof zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant stelde hoger beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Appellant maakte verzet tegen deze beslissing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet in verzuim was en verklaarde het verzet gegrond, waardoor het onderzoek werd voortgezet.
In de inhoudelijke beoordeling bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank dat de aanvraag van appellant een herhaalde aanvraag was zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Daarom werd de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en op 7 augustus 2014 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de herhaalde aanvraag bijstand wordt bevestigd wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.