ECLI:NL:CRVB:2014:2679

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 augustus 2014
Publicatiedatum
7 augustus 2014
Zaaknummer
13-5849 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag bijstand zonder nieuwe feiten

Appellant diende een aanvraag bijstand in op 26 januari 2011, welke door het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein op 28 november 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de aanvraag een herhaalde aanvraag betrof zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellant stelde hoger beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Appellant maakte verzet tegen deze beslissing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet in verzuim was en verklaarde het verzet gegrond, waardoor het onderzoek werd voortgezet.

In de inhoudelijke beoordeling bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank dat de aanvraag van appellant een herhaalde aanvraag was zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Daarom werd de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en op 7 augustus 2014 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De afwijzing van de herhaalde aanvraag bijstand wordt bevestigd wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 augustus 2014
13/5849 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende en tiende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 24 september 2013, 12/4687 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
en
het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 11 maart 2014 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 juni 2014. Partijen zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Met betrekking tot het verzet
De uitspraak van de Raad van 11 maart 2014 berust op de overwegingen dat het voor het instellen van het hoger beroep verschuldigde griffierecht niet is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet is daarom gegrond.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 11 maart 2014 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.
Met betrekking tot het hoger beroep
Met toepassing van de artikelen 8:55, tiende lid, en 8:108, eerste lid, van de Awb zal de Raad tevens uitspraak doen op het hoger beroep.
Bij beslissing op bezwaar van 28 november 2012 heeft het college de afwijzing van de aanvraag van appellant van 26 januari 2011 om bijstand met ingang van 26 augustus 2009 gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 28 november 2012 ongegrond verklaard.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daarin in onderdeel 9 van de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de aanvraag van appellant van 26 januari 2011 een herhaalde aanvraag is en dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het beroep en het hoger beroep is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:
- verklaart het verzet gegrond;
- bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
7 augustus 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
IvZ