ECLI:NL:CRVB:2014:2668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid zonder urenbeperking
Appellante heeft zich ziek gemeld vanwege lage rugklachten terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 10 maart 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde daarom een WIA-uitkering toe te kennen. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten van de verzekeringsartsen voldoende waren gemotiveerd en dat de beperkingen en belastbaarheid van appellante juist waren vastgesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er wel degelijk sprake was van een urenbeperking vanwege haar gezondheidsklachten, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe feiten of medische gegevens. Het UWV stelde dat de klachten reeds waren meegenomen in de beoordeling en dat er geen reden was om een urenbeperking aan te nemen.
De Raad onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat de medische beoordeling en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren. Het hoger beroep werd verworpen omdat appellante haar standpunt niet voldoende onderbouwde en er geen aanwijzingen waren dat haar belastbaarheid zwaarder beperkt was dan vastgesteld.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.