ECLI:NL:CRVB:2014:2667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voltijds buschauffeur, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en hervatte zijn werk in 2010 voor 50% van de werktijd. Het UWV besloot in mei 2011 dat appellant geen WIA-uitkering kreeg omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld, mede door nekklachten, migraine en depressieve klachten, en dat hij niet meer dan twintig uur per week kon werken vanwege de lawaaiige en trillingsrijke werkomgeving. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen en specialisten, en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van april 2011 adequaat waren vastgesteld.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat appellant de werkzaamheden van voltijds buschauffeur aankon, ondanks de belastingen door omgevingsgeluiden en trillingen. De Raad volgde appellant niet in zijn stelling dat de functie ongeschikt was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering krijgt wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.