ECLI:NL:CRVB:2014:2666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur, werd door het UWV beoordeeld als minder dan 35% arbeidsongeschikt en kreeg daarom geen recht op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, ondanks enkele onzorgvuldigheden in het medisch onderzoek, omdat de medische grondslag voldoende was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst onvolledig was en dat medische rapporten onzorgvuldig waren opgesteld. Ook stelde hij dat zijn hartklachten onvoldoende waren meegewogen en dat bepaalde functies ongeschikt waren vanwege fysieke belasting en gevaarlijke machines.
De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellant wel degelijk inzichtelijk en toetsbaar had vastgelegd en dat de medische informatie van na de datum in geding niet relevant was. De functies waarop de beoordeling was gebaseerd bleken passend en geschikt voor appellant. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid van functies vóór 2013.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, het beroep van appellant werd ongegrond verklaard, en het UWV moest de proceskosten en griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het UWV hoeft geen WIA-uitkering toe te kennen, maar moet proceskosten vergoeden.