ECLI:NL:CRVB:2014:2637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijke woonsituatie
Appellante ontving vanaf 1998 bijstand en stond ingeschreven op een adres in de gemeente Slochteren. In 2012 ontving de gemeente een melding dat zij elders verbleef en niet meer op het uitkeringsadres woonde. Het college schortte de bijstand op wegens het niet verstrekken van juiste informatie over haar verblijfplaats en trok de bijstand later in.
Appellante gaf aan vanwege gezondheidsrisico's tijdelijk niet op het uitkeringsadres te kunnen wonen en leidde een zwervend bestaan zonder vaste woonplaats. Zij stelde dat de gemeente naliet het riool te repareren, waardoor haar woonsituatie onduidelijk werd.
De Raad oordeelde dat het verstrekken van controleerbare gegevens over de woonplaats essentieel is voor het recht op bijstand. Appellante had onvoldoende medewerking verleend en geen duidelijkheid gegeven over haar verblijfplaatsen in de periode vanaf 1 juni 2012. Klachten over de riolering ontsloegen haar niet van de meldingsplicht.
De intrekking van de bijstand was daarom terecht en de Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende inzicht in de hoofdverblijfplaats van appellante.