ECLI:NL:CRVB:2014:2624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens onvoldoende arbeidsinschakeling en onjuist gedrag
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en namen deel aan arbeidsinschakelingstrajecten. Het college legde op 5 juli 2011 meerdere maatregelen op, waaronder een verlaging van de bijstand met 55% vanwege onvoldoende arbeidsinschakeling, onjuist ingevulde declaratieformulieren, onacceptabel gedrag en het niet naleven van regels op de werkvloer.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregelen ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat zij onterecht werden gesanctioneerd voor het drijven van handel op de werkvloer en dat er met twee maten werd gemeten. De Raad oordeelde dat de gedragingen van appellante meerdere malen waren vastgesteld door sociale recherche en werkleiding, en dat het verschil in behandeling met een andere vestiging niet relevant was.
De Raad concludeerde dat de opgelegde maatregelen in overeenstemming waren met de Maatregelenverordening gemeente Midden-Drenthe 2010. De recidivebepaling was correct toegepast en de opgelegde sancties waren proportioneel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand wegens onvoldoende arbeidsinschakeling en onjuist gedrag.