ECLI:NL:CRVB:2014:2611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 2 november 2011 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar is door het UWV ongegrond verklaard op basis van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts en een arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank Breda heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, waarbij zowel lichamelijk onderzoek als dossierstudie en informatie van behandelaars zijn betrokken. De rechtbank vond ook de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de arbeidskundige beoordeling juist en voldoende onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren met verwijzing naar aanvullende medische informatie. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter de overwegingen van de rechtbank volledig, stelt vast dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist is uitgevoerd en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.