ECLI:NL:CRVB:2014:2610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als zelfstandig ondernemer in een chocolaterie, meldde zich gedeeltelijk ziek met gynaecologische en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en overhandigde een brief van een neuroloog ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze brief geen nieuwe medische informatie bevatte die tot een andere beoordeling zou leiden. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de eerdere uitspraak.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2014 door R.E. Bakker.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.