ECLI:NL:CRVB:2014:2585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling
Appellant ontving bijstand op basis van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch verlaagde de bijstand tweemaal wegens het niet naleven van verplichtingen: een volledige verlaging voor het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid en een halve verlaging wegens onvoldoende medewerking aan een traject arbeidsinschakeling.
Appellant werd uitgenodigd voor gesprekken over zijn sollicitatieactiviteiten, waarbij hij zich terughoudend en ontwijkend opstelde, onder meer door geen antwoorden te geven en zijn rug toe te keren. Ondanks dat appellant begin januari 2012 een baan vond, oordeelde de rechtbank dat zijn houding het onderzoek naar arbeidsinschakeling belemmerde en dat er sprake was van verwijtbaarheid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de gespannen gesprekken niet leidden tot vertraging van zijn arbeidsinschakeling. De Raad oordeelde echter dat de gedragingen verwijtbaar waren en dat de verlaging van de bijstand terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling wordt bevestigd.