ECLI:NL:CRVB:2014:2583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatie begeleiding op grond van AWBZ bevestigd
Appellante diende op 9 november 2011 een aanvraag in voor een indicatie voor zorg in de vorm van begeleiding op grond van de AWBZ. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees deze aanvraag bij besluit van 22 december 2011 af en handhaafde dit besluit na bezwaar op 1 mei 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat appellante niet voldeed aan de criteria voor een verstandelijke handicap en dat de gewenste begeleiding betrekking had op maatschappelijke participatie, waarvoor de Wmo een voorliggende voorziening is.
In hoger beroep voerde appellante aan het niet eens te zijn met de oordelen van de rechtbank. De Raad beoordeelde ambtshalve dat het latere besluit van 24 juni 2013, dat betrekking had op een nieuwe aanvraag, niet in deze procedure betrokken kon worden. De te beoordelen periode betrof de aanvraag van 9 november 2011 tot de beslissing op bezwaar van 1 mei 2012.
De Raad oordeelde dat CIZ de aanvraag op goede gronden had afgewezen en dat appellante onvoldoende had gemotiveerd waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Het verzoek tot vergoeding van reiskosten werd eveneens afgewezen omdat het primaire besluit niet was herroepen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor indicatie begeleiding wordt bevestigd.