ECLI:NL:CRVB:2014:2566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen UWV-besluit geen toename arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 18 juni 2000 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Op 8 april 2011 meldt appellant een verslechtering van zijn gezondheid. Het UWV onderzoekt dit en besluit op 28 juni 2011 dat er per 1 september 2009 geen sprake is van toename van arbeidsongeschiktheid. Appellant maakt bezwaar tegen dit besluit, dat op 15 november 2011 ongegrond wordt verklaard.
Appellant gaat in beroep bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch, die het beroep ongegrond verklaart. De rechtbank acht het standpunt van het UWV juist, ook al vermeldt een longarts in een brief van 4 maart 2010 ernstige OSAS en vermoeidheidsklachten. Deze brief dateert echter van meer dan zeven maanden na de datum in geschil, waardoor de rechtbank geen aanleiding ziet het oordeel van het UWV te herzien.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep herhaalt appellant zijn bezwaren, maar de Raad onderschrijft de beoordeling van de rechtbank. De medische stukken bieden geen aanwijzingen dat appellant op de datum in geschil meer beperkingen had dan door het UWV aangenomen. Ook de arbeidskundige beoordeling blijft ongewijzigd. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.