ECLI:NL:CRVB:2014:2494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.S. van der Kolk
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep en weigering WIA-uitkering wegens niet vervulde wachttijd
Appellant meldde zich ziek vanuit werkloosheid en kreeg een Ziektewetuitkering die op 17 augustus 2010 werd beëindigd wegens herstel. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar het beroep tegen het besluit van 15 oktober 2010 werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Appellant voerde aan het besluit niet te hebben ontvangen, maar dit werd niet geloofd vanwege het registratiesysteem van het UWV en eerdere correspondentie.
Daarnaast werd de WIA-uitkering geweigerd omdat appellant de vereiste wachttijd van 104 weken niet had vervuld, wat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar de Raad oordeelde dat het beroep terecht niet-ontvankelijk was en dat de wachttijd niet was voltooid.
De Raad benadrukte dat het doorbetalen van de ZW-uitkering niet betekent dat er recht was op ziekengeld volgens de Wet WIA. Appellant had onvoldoende actie ondernomen na het uitblijven van het besluit en had tijdig beroep moeten instellen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de ZW-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard en de WIA-uitkering wordt geweigerd wegens niet vervulde wachttijd.