ECLI:NL:CRVB:2014:2453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijzondere bijstand en vermogen bij aanvraag bril en schilderwerkzaamheden
Appellant, die bijstand ontvangt op grond van de WWB, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een nieuwe bril en schilderwerkzaamheden. De bril was nodig omdat een eerder aangeschaft exemplaar beschadigd raakte door een fietsongeluk. De ziektekostenverzekeraar vergoedde de nieuwe bril niet omdat dit slechts eens in de drie jaar mogelijk is. Het college wees de aanvraag af op grond van het bestaan van een passende voorliggende voorziening en het overschrijden van de vermogensgrens.
Daarnaast werd een aanvraag voor kosten van schilderwerk beoordeeld als een verzoek om bijzondere bijstand en een tegemoetkoming op grond van de Regeling bijdrage duurzame gebruiksgoederen. Ook deze aanvragen werden afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden, met name vanwege het vermogen dat hij uit een nalatenschap had ontvangen.
Appellant voerde onder meer aan dat de adviescommissie niet onafhankelijk was en dat het college dwangsommen verschuldigd was wegens te late beslissingen. Deze bezwaren werden verworpen. De Raad oordeelde dat de adviescommissie conform de Awb functioneerde en dat het college tijdig op bezwaar had beslist.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant en wees het hoger beroep af. Het verzoek tot vergoeding van schade en proceskosten werd eveneens afgewezen. De Raad benadrukte dat strafrechtelijke vervolging niet aan haar is voorbehouden en dat de aangevoerde beschuldigingen van rechtsweigering en machtsmisbruik buiten haar bevoegdheid vallen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.