ECLI:NL:CRVB:2014:2446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante werkte op uitzendbasis als sealer en viel uit wegens klachten aan rechter elleboog en schouders. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig rapport werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daardoor geen recht had op een WIA-uitkering. In bezwaar en beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de geduide functies niet geschikt waren voor haar.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderzochten de medische informatie, inclusief aanvullende rapporten van specialisten, en concludeerden dat de beperkingen en geschiktheid van functies juist waren vastgesteld. De rechtbank ’s-Hertogenbosch oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de motivering de conclusies kon dragen, waarna het beroep ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde zij aanvullende medische rapporten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag van het besluit deugdelijk was en dat de geduide functies passend waren. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard.