ECLI:NL:CRVB:2014:2390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving aanvankelijk een WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet Wia) vanwege een arbeidsongeschiktheid van 35-80% vastgesteld door het UWV. Later heeft het UWV de uitkering ingetrokken omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij wegens medische klachten niet kan werken en verzocht om benoeming van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de juiste medische grondslag had gehanteerd en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die twijfel konden zaaien over de vastgestelde beperkingen. Het UWV had twee deskundigen geraadpleegd, een neuroloog en een orthopedisch chirurg. De Raad zag daarom geen reden om een deskundige te benoemen en bevestigde het bestreden besluit tot intrekking van de WGA-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.