ECLI:NL:CRVB:2014:2347
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende ambulante handel
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2002. Naar aanleiding van een anonieme melding over werkzaamheden van appellant op de Utrechtse Bazaar startte het college een onderzoek. Op basis van een verklaring van appellant tijdens een confrontatiegesprek en andere onderzoeksrapporten trok het college bijstand in en vorderde het terug over 2007-2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de verklaring van appellant onvoldoende betrouwbaar is, mede omdat appellant de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en de tolkfunctie onvoldoende was gewaarborgd. Ander bewijs voor werkzaamheden ontbreekt of is onvoldoende.
De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de Awb en verklaart het beroep gegrond. Omdat het college mogelijk nader onderzoek kan verrichten, draagt de Raad het college op het gebrek binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.