ECLI:NL:CRVB:2014:2340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen brief met acceptgiro studiefinanciering
Appellante ontving een brief met acceptgiro waarin zij werd verzocht een schuld van € 5.289,21 te voldoen, voortvloeiend uit eerdere besluiten van de Minister die de aanvullende beurs voor 2008 en 2009 herzien en teruggevorderd hadden. Appellante stelde dat zij de eerdere besluiten niet had ontvangen en betwistte de ontvangst pas in hoger beroep.
De Minister verklaarde het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk omdat deze brief geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar eveneens niet-ontvankelijk en oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de brief met acceptgiro inderdaad geen besluit is en dat de schuld is ontstaan bij de eerdere besluiten. De Raad stelde dat, hoewel de besluiten niet aangetekend waren verzonden, uit de beschikbare gegevens blijkt dat appellante de besluiten wel moet hebben ontvangen, mede omdat zij de ontvangst van latere besluiten niet betwist en geen rechtsmiddelen heeft aangewend.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.