Uitspraak
OVERWEGINGEN
27 augustus 2012 en 24 september 2013. Appellante acht de voor haar geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend om redenen uiteengezet in haar hoger beroepschrift en ter zitting van de Raad op 19 juli 2013.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met een ernstig perceptief gehoorverlies en na een verkeersongeval, vordert een WIA-uitkering. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees haar verzoek af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts juist was en de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep herhaalt appellante haar bezwaren over de waardering van haar beperkingen, met name door haar gehoorverlies en hoge gevoeligheid voor prikkels (HSP). Zij stelt niet in staat te zijn een volledige werkweek te werken en verwijst naar medische verklaringen ter onderbouwing.
De Raad overweegt dat de gronden van appellante reeds door de rechtbank zijn beoordeeld en verworpen. De bezwaarverzekeringsarts heeft de medische gegevens en verklaringen van deskundigen beoordeeld en geen aanleiding gezien tot wijziging van het oordeel. De geselecteerde functies zijn medisch passend, ook na nadere arbeidskundige toelichting.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.