ECLI:NL:CRVB:2014:2305
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding gebitsrehabilitatie op grond van Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellante, geboren in 1940, ontving in 1982 een vergoeding voor een gebitsrehabilitatie op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Een verzoek in 2005 om aanvullende vergoeding werd afgewezen omdat de eerder vergoede schade als volledig werd beschouwd. In 2008 diende appellante een aanvraag in op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), waarbij haar psychische klachten als oorlogsletsel werden erkend, inclusief gebitsklachten die echter al als causaal waren beoordeeld onder de Wuv.
Na medische rapportages en advisering werd het verzoek om vergoeding van kosten voor gebitsrehabilitatie in 2010 afgewezen, gebaseerd op eerdere causaliteitsbeoordelingen. De Raad oordeelt dat de afwijzing op grond van de AOR niet anders kan zijn dan die op grond van de Wuv en dat geen strijd is met het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel. Een vermeende toezegging tijdens een hoorzitting wordt niet als bindend erkend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van de gebitsrehabilitatie wordt geweigerd.