ECLI:NL:CRVB:2014:2303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet feitelijk verblijf op uitkeringsadres
Betrokkene ontving vanaf 10 maart 2009 bijstand op grond van de WWB en stond geregistreerd op een adres in Kerkrade. Naar aanleiding van een melding dat betrokkene in Hongarije verbleef, voerde de Sociale Recherche Kerkrade een onderzoek uit, waaronder meterstanden, waarnemingen en een huisbezoek.
Het college trok bij besluit van 6 juli 2011 de bijstand in en vorderde de kosten terug, omdat betrokkene niet op het uitkeringsadres verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat onvoldoende was aangetoond dat betrokkene niet woonde op het uitkeringsadres.
In hoger beroep stelde het college dat betrokkene onjuiste inlichtingen had verstrekt over zijn woonadres. De Raad oordeelde dat het extreem lage water- en energieverbruik, de niet aangesloten elektrische apparaten en het beperkte aantal verse levensmiddelen in de woning een toereikende grondslag vormden om te concluderen dat betrokkene niet feitelijk op het uitkeringsadres woonde.
Het hoger beroep van het college werd ontvankelijk verklaard ondanks twijfel over de aanwezigheid van de burgemeester bij het besluit tot hoger beroep. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en vernietigde het besluit van 10 juli 2012. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt gehandhaafd.