ECLI:NL:CRVB:2014:2283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording zorg
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor ondersteunende begeleiding, maar het Zorgkantoor trok dit budget in wegens het niet voldoen aan de verantwoordingsverplichting. Appellant stelde dat hij het verantwoordingsformulier had ingediend en overhandigde een zorgcontract en een weekplan van de zorgverlener.
Het Zorgkantoor vond echter dat de geleverde zorg niet voldoende was verantwoord, omdat er geen duidelijke urenoverzichten, declaraties of tariefafspraken waren en een groot deel van de zorg niet onder de AWBZ-functie begeleiding viel. De rechtbank oordeelde dat het Zorgkantoor terecht het pgb op nihil had vastgesteld en de terugvordering mocht toepassen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat uit de stukken het aantal geleverde zorguren kon worden afgeleid en dat het budget niet volledig teruggevorderd mocht worden. De Raad onderschreef echter de rechtbank en vond dat uit de stukken niet kon worden opgemaakt welke zorg en in welke mate was geleverd, waardoor het Zorgkantoor het belang van handhaving van de niet nagekomen verplichting mocht laten prevaleren.
De Raad bevestigde de uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb wordt bevestigd.