ECLI:NL:CRVB:2014:2266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontheffing sollicitatieplicht en afwijzing schadevergoeding bij emigratieplannen
Appellant en zijn broer ontvingen bijstand en hadden plannen om naar India te emigreren en een onderneming te starten. De broer werd vanaf 13 augustus 2012 ontheven van sollicitatieverplichtingen, maar appellant pas vanaf 3 oktober 2012. Appellant kreeg een maatregel wegens weigering trajectverplichtingen en stelde bezwaar tegen het besluit van ontheffing per 3 oktober 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat hij onterecht niet vanaf 13 augustus 2012 was ontheven, waardoor hij schade had geleden.
De Raad oordeelde dat appellant wel procesbelang had en vernietigde het bestreden besluit. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant een ander traject volgde dan zijn broer. De Raad vond dat de emigratieplannen toen nog onvoldoende concreet waren om eerder ontheffing te verlenen.
Het bezwaar tegen het besluit van 8 november 2012 werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het bezwaar ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.