ECLI:NL:CRVB:2014:2230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht ondanks bewindvoering
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV, maar gaf niet duidelijk aan tegen welk besluit zij bezwaar maakte. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens niet-ontvankelijk vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de bewindvoerder verantwoordelijk was voor het betalingsverzuim, omdat zij geen overschrijvingsboekje meer ontving en de betaling daardoor niet kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verplichting tot tijdige betaling bij appellante blijft rusten, ook als zij onder bewind staat. Het handelen of nalaten van de bewindvoerder komt voor rekening en risico van appellante. Appellante had de nota doorgestuurd naar de bewindvoerder maar geen contact opgenomen om de betaling te controleren en gaf geen nadere toelichting op het uitblijven van betaling. Ook verscheen zij niet bij de rechtbank om dit toe te lichten.
Daarom was er geen reden om te concluderen dat appellante niet in verzuim was. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Een inhoudelijke behandeling van de bezwaren van appellante vond niet plaats en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, ook onder bewindvoering.