ECLI:NL:CRVB:2014:2229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken van verminderde benutbare mogelijkheden door ziekte
Appellante verzocht om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit af omdat zij niet arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met name het onderzoek door psychiater dr. S. Russo.
Appellante betwistte de diagnose en overwoog dat er sprake was van psychische klachten die verder gingen dan een persoonlijkheidsstoornis. Zij overhandigde aanvullend een psychologisch rapport, maar de rechtbank vond geen reden om aan de juistheid van de verzekeringsarts te twijfelen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen objectief vastgestelde beperkingen waren die tot arbeidsongeschiktheid leidden. De Raad benadrukte dat een diagnose op zich niet voldoende is voor arbeidsongeschiktheid; het gaat om medisch objectiveerbare beperkingen die de arbeidsbelasting verminderen.
De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn om het standpunt van de verzekeringsarts te betwijfelen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.