ECLI:NL:CRVB:2014:2226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks rugklachten
Appellant was tot januari 2009 werkzaam als [naam functie] en meldde zich in november 2011 ziek met rugklachten, waarna hij een Ziektewetuitkering ontving. Het UWV beëindigde deze uitkering op grond van medische rapporten waarin werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk, omdat er geen objectieve beperkingen werden gevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd en dat geen nieuwe medische feiten waren aangevoerd die tot een andere beoordeling leidden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de ernst van zijn rugklachten was onderschat en dat hij zijn werk niet kon verrichten. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, omdat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die een zwaardere beperking zouden aantonen.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling inzichtelijk en plausibel was en dat de overige door appellant aangevoerde omstandigheden geen grond boden voor voortzetting van de uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor zijn eigen werk.