Uitspraak
12 maart 2012, 11/4955 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 14 februari 2011 een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering, waarbij hij aangaf in Nederland te hebben gewerkt en ziek te zijn geworden. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft appellant verzocht om nadere gegevens en een correct sofinummer (BSN) te verstrekken.
Omdat appellant niet de gevraagde juiste gegevens heeft aangeleverd, heeft het Uwv op 3 mei 2011 besloten de aanvraag niet verder in behandeling te nemen. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is op 8 september 2011 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam heeft dit besluit bevestigd en overwogen dat het Uwv bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij in Nederland heeft gewerkt en dat het Uwv ten onrechte geen onderzoek heeft verricht. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en voegt toe dat appellant ook in hoger beroep geen juist BSN heeft verstrekt, waardoor het Uwv zijn aanvraag niet kon behandelen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld wegens het ontbreken van een juist BSN.