ECLI:NL:CRVB:2014:2204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd tijdens een controle aangetroffen achter een marktkraam. Het college startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand en constateerde diverse kasstortingen op de bankrekening van appellant die niet waren gemeld. Appellant leverde verklaringen dat het leningen van familie en vrienden betrof, maar kon dit niet aannemelijk maken met controleerbare stukken.
Het college trok de bijstand over bepaalde maanden in en herzag deze over andere maanden, en vorderde onterecht ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door de kasstortingen niet te melden en dat deze terecht als inkomen werden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de kasstortingen een periodiek karakter hadden en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het leningen met terugbetalingsverplichting betrof. Het college was bevoegd de bijstand te herzien en terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.