ECLI:NL:CRVB:2014:2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag politieambtenaar wegens plichtsverzuim door alcoholgebruik
Appellant, sinds 1974 werkzaam bij de politie, kreeg in 2010 een voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim door alcoholgebruik tijdens dienst. Na nieuwe waarnemingen van alcohollucht in augustus en september 2010, en een disciplinair onderzoek, legde de korpschef onvoorwaardelijk ontslag op.
Appellant betwistte de waarnemingen en stelde dat de alcohollucht veroorzaakt kon zijn door een gebitsaandoening, en dat geen ademanalyse of bloedonderzoek was verricht. De Raad overwoog echter dat de verklaringen van collega’s en leidinggevende betrouwbaar waren en dat de brief van de kaakchirurg niet uitsluit dat de alcohollucht door alcoholgebruik kwam.
Ook werd meegewogen dat appellant weigerde mee te werken aan een ademanalyse, wat voor zijn rekening en risico blijft. De Raad concludeerde dat het verwijt van plichtsverzuim aannemelijk was gemaakt en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee het onvoorwaardelijk ontslag in stand bleef.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van appellant wegens plichtsverzuim door alcoholgebruik tijdens dienst wordt bevestigd.