ECLI:NL:CRVB:2014:2128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 2007 een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2011 door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waarna het UWV haar uitkering introk. Appellante maakte bezwaar en bracht medische en arbeidskundige rapporten in, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het beroep tegen het nieuwe besluit af. In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen correct waren weergegeven. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro en het verzoek om een onafhankelijke deskundige werden afgewezen omdat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten te onderbouwen en er geen aanleiding was tot nader onderzoek.
De Raad bevestigde dat appellante in staat is de geduide functies te verrichten en dat de ingebrachte rapporten geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WIA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.