ECLI:NL:CRVB:2014:2120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij verduistering in dienstbetrekking
Appellant was sinds 1971 werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen en werd beschuldigd van het verduisteren van contante betalingen bij de reproshop. Na een melding van een collega en een intern onderzoek, werd een extern bureau ingeschakeld dat zonder medeweten van appellant observatiecamera’s plaatste om het gedrag te monitoren.
Op basis van de camerabeelden en het onderzoek concludeerde het college dat appellant contant geld buiten de kassa hield en in zijn eigen broek- of borstzak stopte. Appellant voerde aan dat hij het geld aan een collega had overgedragen en dat er geen duidelijke ambtsinstructie was, maar deze verweren werden niet geaccepteerd. Ook stelde appellant dat hij vanwege een burnout niet volledig toerekeningsvatbaar was, wat niet werd bevestigd door medische rapporten.
De Raad oordeelde dat het inzetten van geheim cameratoezicht onder de gegeven omstandigheden zorgvuldig en geoorloofd was. Appellant was volledig arbeidsgeschikt verklaard en handelde bewust en weloverwogen. Het plichtsverzuim werd als zeer ernstig aangemerkt en het ontslag als proportioneel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bevestigd.