ECLI:NL:CRVB:2014:2073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen de eindafrekening van zijn persoonsgebonden budget over 2011, maar deed dit te laat. Het Zorgkantoor verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet eerder bezwaar kon maken.
In hoger beroep stelde appellant dat hij medische redenen had om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en kondigde hij aan medische stukken te overleggen. Deze stukken werden echter niet ingediend. De Raad overwoog dat het standpunt dat de thuiscoach van appellant had verzaakt, niet tot een ander oordeel leidt omdat het handelen van een vertegenwoordiger aan appellant wordt toegerekend.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding wordt bevestigd.