ECLI:NL:CRVB:2014:2055
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand en terugvordering voorschotten wegens niet woonachtig op opgegeven adres
Verzoekster heeft bijstand aangevraagd en opgegeven vanaf 19 december 2012 op een bepaald adres te wonen. Tijdens een onaangekondigd huisbezoek op 4 februari 2013 werd zij niet aangetroffen en bewoners van het pand kenden haar niet. Het college wees de aanvraag af en vorderde betaalde voorschotten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde verzoekster aan dat zij tijdens het huisbezoek afwezig was wegens vrijwilligerswerk en dat de uitnodiging voor een gesprek te kort van tevoren was bezorgd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij op het opgegeven adres woonde. De huurovereenkomst betrof kamers die deels leegstonden of door anderen werden bewoond. De korte termijn voor het gesprek was niet doorslaggevend, mede omdat verzoekster na het huisbezoek niet tijdig contact heeft opgenomen met de sociale dienst. Hierdoor bleef haar woonsituatie onduidelijk.
De Raad bevestigde dat verzoekster niet voldeed aan haar inlichtingenplicht en dat het college terecht de bijstand heeft geweigerd en voorschotten heeft teruggevorderd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van voorschotten worden bevestigd; het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.