ECLI:NL:CRVB:2014:2051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende informatie over woonsituatie en financiële situatie
Appellant heeft in maart 2012 een aanvraag om bijstand ingediend, maar verstrekte tegenstrijdige en onvoldoende bewijsstukken over zijn woonsituatie en schuldenpositie. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting.
In bezwaar en beroep leverde appellant aanvullende verklaringen en bewijsstukken aan, maar deze waren onvoldoende concreet en niet overtuigend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad benadrukte dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid bij de aanvrager ligt en dat duidelijke, verifieerbare informatie over woon- en financiële situatie noodzakelijk is. Door de onduidelijkheden kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand in de periode van maart tot mei 2012.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting en dat het college de aanvraag terecht had afgewezen. Het hoger beroep werd daarom verworpen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende informatie over woonsituatie en financiële situatie.