ECLI:NL:CRVB:2014:2003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-duurzame arbeidsongeschiktheid voor loongerelateerde WGA-uitkering
Appellante, voormalig administratief medewerkster, viel uit wegens psychische klachten en later lichamelijke klachten na een val. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid, maar stelde dat deze niet duurzaam was.
Appellante maakte bezwaar en vorderde een volledige en duurzame arbeidsongeschiktheidsuitkering. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de kans op herstel aanwezig was en dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische situatie onveranderd was en dat het bezwaar onvoldoende was gemotiveerd. De Raad oordeelde echter dat de beoordeling zich richt op de situatie op de datum van het besluit en dat latere verslechteringen niet relevant zijn. Zonder nieuwe medische informatie werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-duurzame arbeidsongeschiktheid bevestigd.