ECLI:NL:CRVB:2014:1997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- D.J. van der Vos
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering volledige WGA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Betrokkene meldde zich ziek met longklachten en werd gediagnosticeerd met Langerhans Cel Histiocytose (LCH). De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en schatte de arbeidsongeschiktheid op 35 tot 80%. Het UWV kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe, maar weigerde volledige arbeidsongeschiktheid toe te kennen. De rechtbank oordeelde dat betrokkene volledig arbeidsongeschikt was vanwege ernstige pijn en vermoeidheid.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat er onvoldoende medisch substraat is voor volledige arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsartsen concludeerden dat betrokkene wel beperkingen heeft, maar dat deze niet zodanig zijn dat volledige arbeidsongeschiktheid gerechtvaardigd is. Psychische klachten werden meegewogen, maar er was geen sprake van een ernstige psychische stoornis.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit ongegrond. De arbeidskundige rapporten toonden aan dat de functies passend waren binnen de beperkingen, met een verlies aan verdiencapaciteit van 35 tot 80%. Er werd geen reden gezien voor een deskundigenonderzoek. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bezwaarbesluit wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische gronden voor volledige arbeidsongeschiktheid.