ECLI:NL:CRVB:2014:1989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing arbeidsverplichtingen WWB voor maximale periode van 24 maanden
Appellante ontvangt sinds 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en ondervindt beperkingen door psychische klachten. Het college heeft haar op basis van een psychodiagnostisch advies ontheffing verleend van arbeidsverplichtingen tot 1 maart 2014, met een maximale duur van 24 maanden.
De rechtbank Rotterdam heeft het bezwaar van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard en het college verplicht om ontheffing te verlenen van de arbeidsverplichtingen, maar wees een verzoek tot ontheffing voor vijf jaar af, omdat dit niet strookt met het beleid en de doelstellingen van de WWB. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat een ontheffing voor een langere periode dan 24 maanden strijdig is met de uitgangspunten van de WWB.
De Raad acht het advies van Aob Compaz zorgvuldig en voldoende onderbouwd en ziet geen aanleiding om daarvan af te wijken. Ook het beleid van de gemeente Rotterdam, dat ontheffing beperkt tot 24 maanden, wordt als passend beoordeeld. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ontheffing van arbeidsverplichtingen op grond van de WWB terecht is beperkt tot 24 maanden.