ECLI:NL:CRVB:2014:1987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- J.M.A. van der Kolk-Severeijns
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende Engelse uitkering en inkomsten onvoldoende gemotiveerd
Appellante ontving bijstand volgens de WWB en een inkomensvoorziening ingevolge de Wet investeren in jongeren. Naar aanleiding van een melding van sociale recherche dat zij in Engeland een uitkering zou hebben ontvangen, is een onderzoek ingesteld. Het IBF rapporteerde dat appellante een National Insurance Number had, ESA had ontvangen, een Jobseekers Allowance had aangevraagd, een dienstverband had en inkomsten had genoten. Appellante ontkende loon of uitkering te hebben ontvangen en kon geen bankafschriften overleggen.
Het college trok de bijstand over de periode van 11 september 2009 tot 28 april 2010 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college onvoldoende onderbouwing heeft geleverd voor het besluit, omdat het rapport van het IBF niet de achterliggende stukken bevat en er geen bewijs is dat appellante daadwerkelijk ESA heeft ontvangen of loon heeft genoten. De bankafschriften konden niet worden overgelegd omdat de rekening slapend was en gesloten.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, herroept de eerdere besluiten en veroordeelt het college in de kosten van appellante. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd.