ECLI:NL:CRVB:2014:1982
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van medische beoordeling
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om uitbreiding van zijn huishoudelijke hulp. De Sociale verzekeringsbank wees dit verzoek af, omdat uit medisch advies bleek dat appellant nog in staat is licht huishoudelijk werk te verrichten.
De Raad overwoog dat de verslechterde gezondheid van de echtgenote en het gebrek aan ervaring met bepaalde huishoudelijke taken geen reden zijn om het medisch oordeel te betwijfelen. Ook het angstgevoel van appellant na een val met sleutelbeenbreuk leidt niet tot een ander oordeel.
De Raad benadrukte dat bij verergering van de klachten een nieuwe aanvraag kan worden ingediend. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.