ECLI:NL:CRVB:2014:1980
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUBO-uitkering wegens onvoldoende oorzakelijk verband met oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1931, diende meerdere aanvragen in voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Hoewel zij werd erkend als getroffen door oorlogsgeweld vanwege internering tijdens de Japanse bezetting, werd steeds geoordeeld dat haar psychische en lichamelijke klachten niet het gevolg waren van dit oorlogsgeweld.
De Raad baseert zich op medische adviezen van geneeskundige adviseurs die concluderen dat de klachten van appellante, waaronder een gemengde angststoornis en depressieve stoornis, niet in verband staan met de oorlogservaringen maar met het overlijden van haar echtgenoot en haar mobiliteitsbeperkingen. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens aan die dit oordeel zouden kunnen veranderen.
De Raad acht het besluit van de verweerder voldoende gemotiveerd en deugdelijk voorbereid. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag WUBO-uitkering afgewezen wegens onvoldoende oorzakelijk verband met oorlogsgeweld.