ECLI:NL:CRVB:2014:1919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, werkzaam geweest als interieurverzorgster, viel in 2001 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 2002 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 29 januari 2011 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV haar beperkingen niet juist had gewaardeerd en dat er onvoldoende medisch contact was geweest met haar behandelend sector. Ook voerde zij aan dat haar depressie ernstiger was dan door het UWV werd aangenomen en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de medische informatie voldoende was om de situatie te beoordelen. De bezwaarverzekeringsarts lichtte toe dat er geen aanwijzingen waren voor een ernstige depressie of noodzaak tot een intensieve aanpak.
Verder werd geoordeeld dat de geselecteerde functies medisch passend zijn en dat het opleidingsniveau correct was vastgesteld. De Raad verwierp de stellingen van appellante over haar beperkingen en de geschiktheid van de functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid onder 15%.