ECLI:NL:CRVB:2014:1916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering Wsw-uitkering wegens onderrealisatie en rechtmatigheidsonzekerheid
Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de terugvordering van een specifieke Wsw-uitkering over 2009. De staatssecretaris had een bedrag van €1.100.000,- teruggevorderd wegens onderrealisatie van arbeidsjaren en onzekerheid over de rechtmatigheid van de besteding.
De Raad oordeelde dat een niet tijdig opgeheven onzekerheid over de rechtmatigheid van de taakstelling een geldige grond voor terugvordering vormt, conform de Single information Single audit-verantwoordingssystematiek. De staatssecretaris had terecht geen herstelmogelijkheid geboden na de deadline van 15 juli 2010. Een beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete toezeggingen waren.
Wel werd geoordeeld dat de staatssecretaris ten onrechte geen vergoeding van de kosten in bezwaar had toegekend, omdat de staatssecretaris een rekenfout had gemaakt die niet aan appellant kon worden toegerekend. De Raad vernietigde dit onderdeel van het besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak bevestigt het belang van tijdige en correcte verantwoording van uitgaven binnen het Wsw-financieringssysteem en benadrukt de beperkte ruimte voor herstel na vastgestelde deadlines.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor vergoeding van kosten in bezwaar en de proceskosten, maar de terugvordering blijft grotendeels gehandhaafd.