ECLI:NL:CRVB:2014:1901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere en algemene bijstand na onterecht verblijfsonrechtmatigheid
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Cuijk inzake de weigering van bijzondere en algemene bijstand. Aanvankelijk werd de bijstand geweigerd op grond van het vermeende niet-rechtmatig verblijf van appellante in Nederland. Na een tussenuitspraak werd vastgesteld dat appellante rechtmatig verbleef van januari 2009 tot oktober 2010.
Het college trok daarop enkele besluiten in en kende een bedrag van €1.500,- toe als algemene bijstand voor huurachterstand, maar handhaafde een besluit betreffende bijzondere bijstand wegens onvoldoende specificatie van kosten. De Raad oordeelde dat het college het recht op bijstand destijds niet inhoudelijk had beoordeeld en dat appellante in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De Raad stelde vast dat appellante recht heeft op bijzondere bijstand voor woninginrichting tot €500,- en op algemene bijstand voor de periode van 23 maart tot 2 oktober 2009, berekend naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 10% voor gedeelde woonkosten, onder aftrek van €150,- per maand aan ontvangen giften. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Raad kent appellante bijzondere bijstand toe tot €500,- en algemene bijstand over maart tot oktober 2009 volgens de norm met aftrek van ontvangen giften.