ECLI:NL:CRVB:2014:186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening voor Wazo-uitkering volgens wettelijke dagloonregels
Appellante ontving een WW-uitkering met een dagloon van €94,44, die werd beëindigd wegens zwangerschapsverlof. Het UWV stelde vervolgens een Wazo-uitkering vast met een dagloon van €35,45, gebaseerd op loonbetalingen in het aangiftetijdvak 1-30 juni 2011. Appellante maakte bezwaar tegen de lage dagloonvaststelling, stellende dat ook een uitkering over de tweede helft van juni meegewogen had moeten worden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV alleen daadwerkelijk binnen het aangiftetijdvak ontvangen betalingen mag meenemen bij de dagloonberekening, conform artikel 11 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de wetgever geen afwijkingsmogelijkheid heeft voorzien, ook al leidt dit tot een forse verlaging van de Wazo-uitkering.
De Raad wijst erop dat het UWV de regelgeving inmiddels heeft aangepast, maar dat deze wijziging niet met terugwerkende kracht geldt. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de dagloonberekening van het UWV wordt bevestigd.