ECLI:NL:CRVB:2014:1802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op TW-toeslag bij verblijf buiten Nederland
Appellant ontvangt sinds 1979 een arbeidsongeschiktheidsuitkering en met onderbrekingen een toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft per 1 januari 2010 het recht op de toeslag ingetrokken omdat appellant in Duitsland woont.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de TW terecht is opgenomen op Bijlage II bis bij Verordening 1408/71, waardoor de toeslag niet langer exporteerbaar is binnen de EU. Het woonplaatsvereiste werd als proportioneel beoordeeld zonder schending van het eigendomsrecht.
Appellant voerde aan dat de toeslag onlosmakelijk verbonden is met de arbeidsongeschiktheidsuitkering die wel exporteerbaar is en dat zijn nabijheid tot de Nederlandse grens disproportioneel maakt. De Raad verwierp deze argumenten en bevestigde dat het woonplaatsvereiste gerechtvaardigd is en dat de beperking van de toeslag tot Nederland passend is.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin deze standpunten zijn bevestigd en concludeert dat het hoger beroep niet kan slagen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op TW-toeslag wordt geweigerd vanwege verblijf buiten Nederland.