ECLI:NL:CRVB:2014:1762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant ontving een Ziektewetuitkering nadat zijn WAO-uitkering was beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor passende arbeid. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek concludeerde het Uwv dat er geen medische gronden waren om beperkingen verder uit te breiden dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het Uwv beëindigde daarom de ZW-uitkering.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name omdat zijn psychische klachten waren toegenomen na een overval en mogelijk sprake was van PTSS. Ook stelde hij dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar reeds bestaande hartklachten. De Raad oordeelde dat de rechtbank het onderzoek van het Uwv terecht zorgvuldig en volledig had bevonden.
De Raad benadrukte dat appellant geen aanvullende medische stukken had overgelegd die een andere beoordeling rechtvaardigen. De toegezegde medische informatie bleef uit, en het advies van PsyQ toonde vooral praktische hulpbehoefte zonder indicatie voor traumabehandeling. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldig en volledig medisch onderzoek.