ECLI:NL:CRVB:2014:1737
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening persoonlijke verzorging AWBZ
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om haar AWBZ-indicatie voor persoonlijke verzorging te beëindigen. Na afwijzing van het bezwaar door het CIZ heeft verzoekster hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overweegt dat het verzoek om een voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van onverwijlde spoed. De ernst en objectiveerbaarheid van de aandoeningen van verzoekster en haar afhankelijkheid van AWBZ-zorg zijn juist onderwerp van de bodemprocedure. Concrete medische gegevens die het acute karakter van haar situatie aantonen, ontbreken in het dossier.
Daarom is geen spoedeisend belang vastgesteld en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.