ECLI:NL:CRVB:2014:1710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet afronden verplichte arbeidsinschakelingstraining
Appellante ontvangt bijstand op grond van de WWB en werd door het dagelijks bestuur van de Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden een maatregel opgelegd wegens onvoldoende gebruik van een aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Deze voorziening betrof een Mens Ontwikkel Programma-training (MOP-training) die appellante verplicht moest volgen.
Ondanks het feit dat appellante geen toestemming had gekregen voor haar vakantie van 5 tot en met 19 september 2011, ging zij toch op vakantie, waardoor zij de MOP-training niet kon afronden. Dit werd door het dagelijks bestuur gezien als een gedraging van de derde categorie, waarvoor een maatregel van 50% verlaging van de bijstand geldt, die vanwege recidive werd verdubbeld tot 100%.
Appellante voerde aan dat zij wel toestemming had gekregen voor haar vakantie en dat de klantmanager tekort was geschoten in de informatievoorziening. De Raad stelde echter vast dat formele toestemming pas op 26 juli 2011 was gevraagd en geweigerd, en dat appellante al vanaf eind juni op de hoogte was van de training. Hierdoor kon zij weten dat haar vakantie problemen zou opleveren.
De Raad oordeelde dat de MOP-training een voorziening gericht op arbeidsinschakeling is en dat appellante onvoldoende gebruik heeft gemaakt van deze voorziening, hetgeen haar volledig kan worden verweten. Het bestreden besluit tot verlaging van de bijstand wordt daarom bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens het niet afronden van de verplichte MOP-training wordt bevestigd.