ECLI:NL:CRVB:2014:1704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet melden inkomsten meerderjarige kinderen
Appellante ontvangt sinds 2004 bijstand als alleenstaande ouder met een toeslag van 20%. Tijdens een heronderzoek in 2011 bleek dat haar meerderjarige thuiswonende kinderen inkomsten uit arbeid hadden, welke zij niet aan het college had doorgegeven. Het college herzag daarop de bijstand en verlaagde de toeslag naar 10%, met terugvordering van €4.604,65.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij geacht wordt op de hoogte te zijn van haar inlichtingenplicht, mede omdat zij in 2006 hierover was geïnformeerd en wijzigingsformulieren niet had beantwoord. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en niet wist dat de inkomsten van haar kinderen van invloed waren op haar bijstand.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en oordeelt dat het niet melden van de inkomsten een schending van de inlichtingenverplichting vormt, waarbij het taalgebrek geen vrijstelling oplevert. Gezien de langdurige bijstandsontvangst en eerdere communicatie is appellante verantwoordelijk. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wegens niet melden van inkomsten van meerderjarige kinderen wordt bevestigd.