ECLI:NL:CRVB:2014:1703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot vergoeding van proceskosten na intrekking beroep bij bijstandsverlening
Appellant ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand vanaf 15 augustus 2011. Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden nam meerdere besluiten tot verlaging en intrekking van de bijstand, waartegen appellant bezwaar maakte. Deze bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten, maar trok deze beroepen later in met het verzoek tot vergoeding van proceskosten.
De rechtbank wees de verzoeken tot vergoeding van proceskosten af, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de opgevoerde kosten niet vielen onder de proceskosten zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Appellant ging in hoger beroep tegen deze afwijzing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De opgevoerde kosten, waaronder een door het UWV opgelegde boete en griffierechten, zijn geen proceskosten in de zin van het Besluit. Bovendien is geen sprake van een tegemoetkomen door het college, aangezien het college niet is teruggekomen op de bestreden besluiten. Het betalingsoverzicht dat het college overlegde, kwalificeert niet als tegemoetkomen. Daarom worden de verzoeken tot vergoeding van proceskosten afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten af en bevestigt de uitspraken van de rechtbank.